De ondersteuningsregeling op Stromer S-Pedelecs is in eerste instantie gebaseerd op een TMM-sensor (Tof Measurement Mhet rechtse uiteinde van de trapas. De TMM-sensor is in feite een krachtsensor en geen koppelsensor, zoals hij vaak wordt genoemd. Hij meet de kracht die op de ketting/riem wordt uitgeoefend door het trappen. De gemeten kracht is recht evenredig met het koppel aan de trapas dat wordt gegenereerd door het trappen op de pedalen, vandaar waarschijnlijk de term koppelsensor. Details over het werkingsprincipe zijn hier beschreven.
De fabrikant van de TMM-sensoren is het Nederlandse bedrijf I|D fiets.
De Hall-sensor die in de sensorplaat is gemonteerd, meet de doorbuiging van de plaat die wordt veroorzaakt door de trekkracht op de ketting (pedaalkoppel). De maximale doorbuiging is 0,1 mm. De Hall-sensor levert 1 V voor elke 40 Nm trekkracht. Dus als de berijder een trekkracht van 40 Nm op de ketting uitoefent, wijkt de spanning van de sensor 1 V naar boven af.
Technische specificaties:

Milieu-impact
Neben dem Pedalmoment können auch andere Faktoren einen Einfluss auf die Sensorspannung haben und zu Schwankungen führen:
- Cadans van de renner
- Steile tocht bergop en bergaf
- Kettinglijn
- Geselecteerde vertaling
- Buitentemperatuur, zonnestraling
- Koppels van de steekas en sensorplaat in de uitvaleinden
- Oneffenheden in de rijbaan
- Verschmutzung
Zum letzten Punkt schreibt I|Bike:
De sensorelektronica is beschermd tegen vocht, zout en stof door een speciale coating (IP66). De sensor is door I|D bike getest onder extreme buitenomstandigheden, waaronder een test van een week in zout water.

Verschmutzungen wie in den Bildern gezeigt können die Messung aber durchaus beeinflussen. Die Hallsensormethode basiert auf dem Einsatz eines Dauermagneten. Durch den Fahrbetrieb lagert sich ein Mix von Kettenabrieb (magnetisch), Kettenöl und Strassenschmutz darum ab kann die Unterstützung beeinflussen. Ist die Unterstützung unregelmässig sollte als erster Schritt, neben Kalibrieren, die Verschmutzung geprüft und ggf. beseitigt werden.
Zie dazu auch das Kapitel: TMM-SENSOR – ,TMM-Sensor reinigen‘
Temperatuurdrift met zonnestraling
Volgens de fabrikant is de temperatuurdrift van de sensor verwaarloosbaar (< 1 mV/ ºC | < 0,02 Nm/ ºC).
De praktijk: Meine Erfahrung ist, dass es einen Einfluss gibt, speziell wenn der Stromer an der Sonne steht. Bei längerer Sonneneinstrahlung auf das rechte Ausfallende mit der TMM-Sensor-Platte, steigt dessren Temperatur und kann so 20-30 mV mehr „voltage“ generieren. Diese machen sich in einem mehr oder weniger starken Eigenvortrieb (Scootereffekt) bemerkbar. Auch kann es passieren, dass das Omni danach eine Kalibrierungswarnung anzeigt:

Als u op CANCEL drukt, wordt de rijklaarheid geannuleerd. De Stromer moet opnieuw worden gestart.
Temperatuurdrift en omgevingstemperatuur
Je nachdem bei welcher Temperatur man kalibriert (z. B. im kühlen Keller) kann durch den Einfluss der Umgebungstemperatur (Fahrt bei Sommertemperaturen) die „voltage“ aufgrund der Temperaturdrift ansteigen. Die Unterstützung steigt dabei merklich an und kann bis zu einem leichten Eigenvortrieb gehen. Bei der umgekehrten Variante sinkt „voltage“ unter den Wert des „offset“ und kann zu einer Welligkeit der Unterstützung führen.
Ein aktives „Trace gebruiken“ sollte diesen Einfluss mindern, betrachtet man das Thema aber über das ganze Jahr, kann man von einer „Winter- bzw. Sommerkalibrierung“ sprechen.
QR-code sticker
Oudere TMM-Sensormodellen werden met een QR-code sticker bedekt. Deze bevat alleen het onderdeelnummer. De nieuwste sensorgeneratie P211 en P218 hebben deze niet meer nodig.
Zie auch das Kapitel: TMM-Sensor – QR code sticker - waar gaat het over?